Foto: Idris van Heffen
actueel

‘Keuze voor Engels of Nederlands moet bij opleiding liggen’

Lennart Bolwijn,
11 juli 2017 - 17:08

Opleidingen moeten zelf bepalen of zij Engelstalig onderwijs willen geven of niet. Dat is de conclusie van een ‘verkenning’ van het taalbeleid die de Koninklijke Nederlandsche Akademie van Wetenschappen (KNAW) op verzoek van minister Bussemaker schreef.

‘Deze discussie bestaat nu al jaren,’ stelt KNAW-president José van Dijck in het rapport. ‘En laat zich net zomin als het klassieke Griekse vuur gemakkelijk doven.’ Voorstanders wijzen de laatste jaren steeds op de ‘globaliserende samenleving en de toenemende internationalisering van het wetenschappelijk bedrijf,’ terwijl tegenstanders zich zorgen maken om de kwaliteit van het onderwijs, doorstroming van onderaf en de kloof tussen de academie en de rest van de samenleving.

De commissie stelt dat het taalbeleid per instelling sterk verschilt en dat dat vanwege de uiteenlopende ambities van doelstellingen van universiteiten en hogescholen ook logisch is. De arbeidsmarkt waar de studenten na hun opleiding terechtkomen speelt hierin een grote rol: ‘Bij meer op het Nederlandse werkveld gerichte opleidingen ligt een keuze voor het Nederlands als onderwijstaal meer voor de hand, terwijl bij een sterk op de internationale beroepenmarkt gerichte opleiding, meestal wordt gekozen voor het Engels.’

 

Behalve de arbeidsmarkt speelt ook de concurrentiepositie van de onderwijsinstellingen mee. Universiteiten en hogescholen willen internationaal concurreren en topstudenten aan zich binden. Instellingen die buitenlandse studenten willen aantrekken zullen daarom veel Engelse studies aanbieden. Dat levert hen naast geld en aanzien ook een 'international classroom' op. Dat kan volgens het rapport een verrijking van inzichten en ervaringen opleveren.

Een Engelstalig hoger onderwijs zou een barrière kunnen opwerpen voor eerstegeneratiestudenten en studenten met een migratieachtergrond, staat in het rapport

Eén van de conclusies van het rapport is ook dat, mits de verengelsing doorzet, er meer geïnvesteerd moet worden in de Engelse taalvaardigheid van docenten en studenten. Anders is de kans groot dat internationalisering ten koste gaat van de onderwijskwaliteit. Hier moet volgens de onderzoekscommissie al op de middelbare school mee begonnen worden. Studenten die tweetalig voortgezet onderwijs volgden, hadden namelijk een aanmerkelijk betere aansluiting bij Engelstalige onderwijs dan studenten die alleen Nederlands voortgezet onderwijs hadden gevolgd met Engels alleen als verplicht vak, stellen de schrijvers van het rapport. Daarnaast zou een Engelstalig hoger onderwijs een barrière kunnen opwerpen voor eerstegeneratiestudenten en studenten met een migratieachtergrond, staat in het rapport.

 

Volgens het rapport is het daarom vooral van belang om goed na te denken voordat universiteiten een keuze maken voor een Nederlandstalige of een Engelstalige opleiding en dat dit goed wordt gemotiveerd.

 

Minister Bussemaker had het onderzoek aangevraagd om beter in kaart te krijgen hoe universiteiten en hogescholen aankijken tegen internationalisering en op welke argumenten zij hun taalbeleid baseren.