Een fusie tussen de UvA en de VU zal stuklopen op de enorme cultuurverschillen tussen beide universiteiten. Daarvoor waarschuwt Harmen Verbruggen, die net is teruggetreden als decaan van de faculteit der economische wetenschappen en bedrijfskunde van de VU.

Er zijn boeken over volgeschreven, maar volgens decaan Harmen Verbruggen (63) is er, als het over een samengaan van de UvA en de VU gaat, veel te weinig aandacht voor de grote cultuurverschillen tussen deze universiteiten. 'De UvA is altijd licht anarchistisch geweest, met zekere kapsones. De VU is degelijk, met mensen die soms misschien te bescheiden zijn.'

Harmen Verbruggen

Die verschillen in houding en cultuur zijn veel belangrijker voor het slagen van een samengaan van organisaties of bedrijven dan mensen vaak denken. 'Veel fusies lopen juist stuk op de verschillen in cultuur en tussen de UvA en de VU zijn die nogal groot.'

Verbruggen vindt een volledig samengaan van de twee Amsterdamse universiteiten dan ook geen goed idee, al is hij wel voor de gemeenschappelijke bètafaculteit, die er na veel discussie voorlopig overigens niet zal komen. 'Juist de bètastudies hebben het moeilijk voldoende studenten te vinden. Dan is het verstandig de krachten te bundelen als je ook internationaal een rol van betekenis wilt blijven spelen.'

Specifieke doelen
Verbruggen is ook op andere vlakken voor samenwerking. Zo zijn er goede ervaringen met het Tinbergen Instituut en de Duisenberg School of Finance. 'Daar speelt mee dat bij het Tinbergen Instituut een derde universiteit betrokken is en dat bij de Duisenberg School of Finance externe financiers een sterke positie hebben. Maar belangrijker is misschien dat het gezamenlijke organisaties zijn voor specifieke doelen. Dat is iets anders dan je eigen identiteit opgeven.'

Verbruggen ziet geen enkele reden waarom zijn eigen faculteit samen moet gaan met die van de UvA. 'Dat lijkt mij geen goed idee. Dan hebben we tienduizend studenten economie en bedrijfskunde en zijn we een universiteit op zich. Dat is veel te massaal. Bovendien heeft zowel de UvA als de VU een reputatie waarmee we ook in het buitenland voor de dag kunnen komen.'

Verbruggen vindt, zoals het een econoom betaamt, dat de concurrentie tussen universiteiten om studenten, onderzoekers en geld binnen te halen, alleen maar goed is. 'Dat houdt ons beide scherp. Ik denk dat Amsterdam groot genoeg is voor twee universiteiten.' Hij wijst bovendien op de verschillen in organisatie van beide instellingen. 'Denk maar aan de it-systemen, de studentenregistratie en het doorbelasten van kosten voor onderwijs, onderzoek en diensten.'

Wensdenken
De UvA en VU verschillen op bijna alle fronten van elkaar. Het is wat Verbruggen betreft een enorme opgave al die verschillen te overbruggen. Een enigszins geslaagde fusie, kortom, kost heel veel tijd en dus ook geld. 'En dat verhaal mag wel eens wat duidelijker naar voren worden gebracht. Er sluipt veel te snel een vorm van wensdenken in. Dat is riskant.'

Verbruggen vindt het prima idealen te formuleren. 'Maar daar moet je wel het hele verhaal bij vertellen. Een fusie kost altijd eerst geld.'

Bovendien kan schaalvergroting tot allerlei problemen leiden, zoals Verbruggen de laatste tien jaar als decaan heeft ondervonden. 'Het aantal studenten economie en bedrijfskunde is bij ons in die tijd verdubbeld, tot vijfduizend. Het bleek dat wij dat niet goed aankonden. We hebben onze organisatie moeten aanpassen en een numerus fixus en een bindend studieadvies moeten instellen om de kwaliteit van de studies te waarborgen. Maar ook dat kost tijd. Met een fusie zal dat niet anders zijn.'

De hoogleraar milieueconomie is sinds 1 januari geen decaan meer en heeft een jaar vrij genomen om te bedenken wat hij de komende jaren zal doen. Na tien jaar decanaat is een vervolg in het onderzoek niet meer mogelijk. 'Een bestuurlijke functie ligt voor de hand. En de universitaire wereld blijft mij bezighouden.'

Dit artikel verscheen eerder in Het Parool. Tekst: Joost Zonneveld