‘Ik geef zelf cultuurfilosofie aan de Universiteit Leiden en ben gepromoveerd op Heidegger,’ vertelt een man in het publiek. ‘Met mijn bachelorstudenten bespreek ik de originele teksten van Heidegger, waarin hij stelt dat de natuur in onze regie wordt genomen. Heidegger gebruikt daarvoor het woord bestellen. Eén van mijn studenten gebruikte daarvoor de term “naar onze hand zetten”, beter dan mijn eigen vertaling: "fixeren". En wat lees ik in de Engelse vertaling? “Setting-in-order”. Het hele beeld is weg.’

Toegegeven, er werd gisterenmiddag bij het debat van het Amsterdam Centre for Ancient Studies and Archaeology (Acasa) met romantiek gesproken over de Nederlandse taal, maar het punt was duidelijk. Kunnen en moeten de Geesteswetenschappen, waarin de concepten en het wezen van een bepaalde taal centraal staan, voor het grootste deel in een andere taal dan het Nederlands worden gegeven?

Internationalisering is meer dan de Engelse taal
Het antwoord van de vier opstellers van het manifest Een funeste ontwikkeling was een duidelijk ‘nee’. Twee van hen, Emilie van Opstall en Piet Gerbrandy, gaven gisteren uitleg. ‘Ten eerste is Nederlands de moedertaal waarin veel studenten zich het best in kunnen uiten, ten tweede bereiden we het grootste deel van de studenten voor op Nederlandstalig werk en ten derde is internationalisering meer dan het binnenhalen van de Engelse taal,’ zo expliqueerde Van Opstall.

Daar voegden de andere deelnemers, VU-hoogleraar Jan Paul Crielaard, VU-student Thomas Hart en FGw-bestuurder Jan Willem van Henten, gedurende het gesprek nog een belangrijk argument aan toe. Ook voor docenten is de Engelse taal er niet altijd een waarin ze zich foutloos kunnen uitdrukken. Voor Crielaard was dat geen groot probleem, omdat andere academici zich ook niet altijd foutloos in de academische lingua franca kunnen uitdrukken. Gerbrandy was het daar niet mee eens: ‘Neem het Latijnse woord pudor, iets als schaamte, schroom of fatsoen. Het is in het Nederlands al vrij lastig te vertalen omdat het zoveel nuance behoeft. Als we van het Latijn via het Nederlands naar het Engels moeten vertalen, heb je de kans dat die nuance totaal verloren gaat.’

De unieke geesteswetenschappen
Die positie van de Geesteswetenschappen, waarin men het wezen van de taal bestudeert, is daarin uniek, zo werd algemeen beaamd. Jan-Willem van Henten, hoogleraar Religiewetenschappen, nuanceerde daarom ook direct zijn pleidooi voor meer en goed Engels. ‘Kijk, een studie Nederlandse archeologie heeft weinig baat bij Engelstalige colleges.’ Toch zal de Engelse taal volgens hem in deze tijd een belangrijke rol moeten blijven spelen. ‘Ons systeem van outputfinanciering zorgt ervoor dat iedere student die een diploma haalt geld oplevert. Wanneer we bij kleine studies, al is het maar zo’n 20 procent, extra buitenlandse studenten kunnen binnenhalen door iets in het Engels te doceren, is dat bedrijfseconomisch de moeite waard.’