Er zijn al masters die in Nederland alleen maar in het Engels gevolgd kunnen worden. Binnenkort volgen er wellicht bachelors. Waarom moet alles in het Engels? En is dat erg? ‘Wanneer we bij kleine studies extra buitenlandse studenten kunnen binnenhalen door iets in het Engels te doceren, is dat bedrijfseconomisch de moeite waard.’

Meer en meer studies aan Nederlandse universiteiten en hogescholen worden verengelst. Niet alleen zijn namen als Trade Management Asia, Dutch Golden Age Studies en Built Environment inmiddels vaste prik in studievoorlichtingsfolders, ook colleges worden steeds vaker in het Engels gegeven. De UvA en de HvA, waar eerdergenoemde studies worden aangeboden, vormen geen uitzondering op die regel.

Aan de Universiteit en Hogeschool van Amsterdam is de laatste decennia een gestage groei van het aantal (deels) Engelstalige studies zichtbaar. Hoewel de UvA en de HvA beide geen precieze cijfers over het aantal Engelstalige en Nederlandstalige studies of vakken kunnen overhandigen, beamen ze dat er steeds meer Engelstalig onderwijs wordt gegeven. De HvA biedt op dit moment bijvoorbeeld negen Engelstalige bachelors aan, tegenover zeven in 2009 en nul in 2001. Aan de UvA is volgend jaar zeventig procent van de mastertracks Engelstalig, tegenover zevenenveertig procent in het academisch jaar 2008/2009. De belangrijkste drijfveer hiervoor is internationalisering van de wetenschappelijke wereld, zo laat woordvoerder Joost van Tilburg van de UvA weten.


Illustratie: Idris van Heffen 

Andere universiteiten zijn zelfs verder gevorderd in dit proces van verengelsing. De Universiteit Twente (UT) presenteerde bijvoorbeeld een plan waarin staat dat zij in 2020 volledig Engelstalig wil zijn. Volgens de Twentse collegevoorzitter Victor van der Chijs is dat een broodnodige verandering: ‘Willen we de instroom op peil houden, dan moeten we onze studenten over de grens zoeken. Toch zien we dat als positief, want uiteindelijk zal de kwaliteit van de UT omhooggaan. Een internationale universiteit trekt namelijk ook de betere Nederlandse studenten aan,’ vertelde hij aan universiteitskrant UTNieuws.

Academische lingua franca
Dat internationaliserings-argument wordt het meest gebruikt om de toename van Engelstalige colleges en studies te verdedigen. Het Engels is vandaag de dag binnen de academische wereld lingua franca en dus moeten met name universiteiten studenten met een Engelstalige opleiding voorbereiden op hun toekomst in die academische wereld, zo is de gedachte. Bovendien wordt het voor buitenlandse studenten door Engelstalige colleges, minoren en studies aan te bieden aantrekkelijker om in Nederland te studeren. Meer studenten betekent voor instellingen meer geld. De bijdrage die universiteiten en hogescholen van de rijksoverheid ontvangen is immers voor een groot deel afhankelijk van het aantal ingeschreven studenten. Wanneer universiteiten en hogescholen meer (buitenlandse) studenten trekken, levert dat een hogere toelage van de staat op. Jan Willem van Henten, vicedecaan van de financieel zwaar geteisterde Faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA, verwoordde het op een discussiebijeenkomst als volgt: ‘Ons systeem van outputfinanciering zorgt ervoor dat iedere student die een diploma haalt geld oplevert. Wanneer we bij kleine studies, al is het maar zo’n twintig procent, extra buitenlandse studenten kunnen binnenhalen door iets in het Engels te doceren, is dat bedrijfseconomisch de moeite waard.’
Illustratie: Idris van Heffen 

Nederlandstalig, tenzij
Zoals iedere universiteit hanteert de UvA een gedragscode (pdf) om het Engelstalig onderwijs te regelen. Daartoe zijn universiteiten verplicht door de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek (WHW). In artikel 7.2 van die wet wordt gesteld dat de voertaal in het hoger onderwijs Nederlands moet zijn, tenzij een van de drie uitzonderingen zich voordoet. Die drie uitzonderingen zijn respectievelijk wanneer (1) het de studie van een andere taal is, (2) het een gastcollege van een anderstalige docent is of (3) ‘indien de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs dan wel de herkomst van de studenten daartoe noodzaakt’.

Het is een brede richtlijn, die universiteiten de ruimte geeft om zelf te beslissen in welke taal zij hun onderwijs willen geven. Toch is bij de totstandkoming van de wet uitdrukkelijk vastgelegd dat Nederlands de standaard moet zijn. In de eerste ontwerpen van de wet was deze bepaling immers niet opgenomen. Op aandringen van D66, dat destijds vreesde voor al te veel Engelstalig onderwijs, is uiteindelijk artikel 7.2 in het voorstel opgenomen. Een paar maanden eerder had het parlement gedebatteerd over de toenemende verengelsing van de taal en gepleit voor meer en beter Nederlands in het onderwijs.

De gedragscode vreemde talen van de UvA stamt uit 2000. De vuistregel die daarin wordt geformuleerd is ‘Het onderwijs is Nederlandstalig, tenzij’. Die tenzij-bepaling gaat in ieder geval op wanneer een opleiding vaardigheden of specialismen vereist waarvoor kennis van die vreemde taal onmisbaar is of wanneer onderdelen speciaal gericht zijn op buitenlandse studenten. Verderop in dat document stelt het CvB dat tegen het aanbieden van Engelstalig onderwijs in algemene zin geen bezwaar bestaat ‘indien aan het gebruik van een vreemde taal in (delen van) een opleiding onderwijskundige redenen ten grondslag liggen. Men zou ook kunnen zeggen dat studenten er belang bij moeten hebben dat het betreffende onderwijs niet in het Nederlands maar in een vreemde taal wordt gegeven.’

Illustratie: Idris van Heffen

In hoeverre kan de regel ‘Nederlands, tenzij’ nog opgaan in een situatie waarin meer dan twee derde van de masters in het Engels wordt gedoceerd? Yasha Lange, woordvoerder van het CvB, verdedigt zich door te stellen dat de gedragscode stamt uit het jaar 2000: ‘Dus het kan goed zijn dat op termijn besloten wordt deze gedragscode tegen het licht te houden.’

Daarmee lijkt een mogelijkheid te worden geschapen om nog meer studies in het Engels aan te bieden. ‘Een internationale omgeving levert veel op voor zowel Nederlandse als buitenlandse studenten – dat is een belangrijke reden hierop in te zetten,’ zo stelt Langes collega Joost van Tilburg namens de UvA. De bedoeling is dat deze trend van internationalisering wordt voortgezet en dat er steeds meer Engelstalige bachelor- en masteropleidingen zullen bijkomen. ‘De doelstelling in het nieuwe Instellingsplan is dat de instroom van internationale masterstudenten de komende jaren groeit naar dertig procent van het totaal.’

Afname onderwijskwaliteit
Niet iedereen ziet echter enkel voordelen van verengelsing. De trend is vier medewerkers van het Amsterdam Centre for Ancient Studies and Archaeology (Acasa) een doorn in het oog. Lucinda Dirven, Emilie van Opstall, Mieke Koenen en Piet Gerbrandy schreven vorig najaar een manifest (pdf) waarin zij pleiten voor het behoud van Nederlands als belangrijkste taal binnen het UvA-VU-instituut in het bijzonder en de geesteswetenschappen in het algemeen. Zij stellen dat een goede beheersing van het Engels belangrijk is om mee te komen in de internationale wetenschappelijke wereld en de Nederlandse avant-garde. Desondanks pleiten zij voor meer Nederlandstalig onderwijs omdat ‘de perfecte beheersing van hun moedertaal bepaalt of ze [studenten, red.] in eigen land kunnen meedraaien op het hoogste niveau’.

Bovendien, zo stellen zij, kost het al veel tijd om studenten academische vaardigheden in het Nederlands aan te leren. Wanneer het in een andere taal dan de moedertaal moet gebeuren, wordt dat erg lastig. ‘Voordat je probeert een subtiel en ingewikkeld betoog in een vreemde taal te doorzien of te schrijven, moet je die techniek in het Nederlands meester zijn. Voor het leeuwendeel van onze studenten is het al een enorme opgave een goed essay, laat staan een leesbare bachelorscriptie op papier te zetten. Zolang dat nog problemen oplevert, is het te vroeg om dezelfde vaardigheden te veronderstellen in een andere dan de moedertaal.’

Piet GerbrandyPiet Gerbrandy

 

Daarom vindt het kwartet ‘dat het gehele bachelorcurriculum Nederlandstalig dient te zijn, inclusief de scriptie.’ In de masterfase zouden Nederlandstalige en Engelstalige vakken elkaar dan kunnen afwisselen, mits docenten permanente taalondersteuning krijgen en strikt talige modules in het Nederlands worden gedoceerd. Wanneer dat niet gebeurt, vrezen zij dat de onderwijskwaliteit zal afnemen. In een Acasa-debat naar aanleiding van het manifest legde Gerbrandy uit: ‘Neem het Latijnse woord pudor, iets als schaamte, schroom of fatsoen. Het is in het Nederlands al vrij lastig te vertalen omdat het zoveel nuance behoeft. Als we van het Latijn via het Nederlands naar het Engels moeten vertalen, heb je kans dat die nuance totaal verloren gaat.’

Keuzevrijheid
Yasha Lange stelt namens de UvA dat iedereen het eens zal zijn met de stelling dat de universiteit studenten academisch moet vormen. ‘Maar ik zou daar aan toe willen voegen: niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Engels. Ik denk dat een goede beheersing van het Engels voor álle studenten van belang is. Daarom vind ik de afwisseling tussen Nederlandse en Engelse vakken heel interessant. Dat laat ook ruimte voor docenten om sommige vakken in het Engels, en andere in het Nederlands aan te bieden. Daarnaast kun je dan opleidingen hebben die volledig Engelstalig zijn.’

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vindt eveneens dat er een keuze moet zijn tussen Nederlandstalige en Engelstalige opleidingen. Sterker nog, woordvoerder Job Slok laat weten dat men tevreden is met de toename van Engelstalige opleidingen. ‘Op zichzelf is dat een goede zaak. Het hoger onderwijs en de wetenschap zijn in toenemende mate internationaal georiënteerd. Het Engels is daar voertaal. Het is goed dat we die ontwikkeling aan onze universiteiten terugzien.’ Daarbij zet men echter wel een kanttekening. ‘Voorwaarde is wel dat het onderwijs en onderzoek er niet onder lijden. Een docent die gebrekkig Engels spreekt, moet natuurlijk geen colleges gaan geven in het Engels.’ Bij grootschalige invoeringen zoals aan de Universiteit Twente is de kans natuurlijk relatief groot dat dit gebeurt. Toch is het ministerie geen tegenstander van het plan. ‘Het voorstel van de Universiteit Twente om in 2020 volledig Engelstalig onderwijs te geven maakt deel uit van een breder toekomstplan, waarin is vastgelegd dat de universiteit over drie jaar “excellent, ondernemend en internationaal georiënteerd” moet zijn.’ Ingebed in die trend vindt het ministerie het een acceptabel voorstel. ‘Het is overigens wél bezwaarlijk als een bepaalde studie alleen nog in het Engels te volgen zou zijn. Studenten moeten een keuze hebben,’ voegt Slok toe.


Illustratie: Idris van Heffen

Tijd voor bezinning
Waar D66 bij de totstandkoming van de WHW nog hevig ijverde voor een sterke positie van het Nederlands, is Engels in de praktijk vrijwel gelijkwaardig geworden aan het Nederlands. Volgens D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen heeft dat een goede reden. ‘De wereld van het onderwijs en de wetenschap is de afgelopen twintig jaar veel internationaler geworden. Er zijn veel meer buitenlandse studenten die naar Nederland komen. En wij vinden dat we nog wel meer internationaal talent zouden moeten aantrekken.’ Toch is het tijd voor een soort van bezinning, zo vindt Van Meenen. ‘Ik ben en blijf er voorstander van dat iedere studie in het Nederlands gevolgd moet kunnen worden, net zoals D66 dat vijfentwintig jaar geleden vond.’ Om dat te realiseren moet er volgens de sociaal-liberalen een integrale visie komen op welke studies in Nederland worden aangeboden, welke er aangeboden zouden moeten worden en welke er dus opgericht moeten worden. ‘Ik heb daar recent een motie voor ingediend,’ vertelt Van Meenen. ‘En ik wacht nog op hoe de minister die gaat uitvoeren. Ik denk dat het slim zou zijn wanneer universiteiten daar onderling ook meer afspraken over zouden maken.’

Over het plan van de Universiteit Twente om enkel nog Engelstalig onderwijs aan te bieden, is Van Meenen onder voorbehoud positief. ‘Ik ben daar laatst geweest en het is daar echt een magneet van internationaal talent, dus ik snap de keuze,’ stelt hij. ‘Maar als daar unieke studies bij zitten, die straks alleen nog maar in het Engels gegeven kunnen worden, dan zou ik daar nog wel eens een paar keer over willen nadenken. Bovendien vind ik dat medewerkers en studenten op die veranderingen in spreektaal steeds instemmingsrecht moeten hebben. Ten slotte moeten we ook zorgen dat de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie goed oplet of het niveau van het onderwijs niet daalt door de Engelse taal. Als dat het geval, is dan moeten we er direct mee stoppen.'

English-Proficiency