
>Eva Marinus promoveerde cum laude op haar proefschrift Word-recognition processes in normal and dyslexic readers.
>Voor haar nieuwe onderzoek ontving Marinus een Rubicon-subsidie van € 56.000.
Welke processen liggen ten grondslag aan goed leren lezen en hoe ontstaan de verschillen tussen goede en zwakke lezers? Die vragen wil Marinus beantwoorden in haar onderzoek How do children learn to read? Understanding the dynamics between building up orthographic representations and lexical restructuring. 1 februari vertrekt ze voor haar onderzoek naar het Macquarie Centre for Cognitive Science in Sydney.
In Sydney gaat Marinus samenwerken met directeur Anne Castles, een specialist op het gebied van leesproblemen. Hoewel het onderzoek naar dyslexie de afgelopen jaren een enorme vlucht heeft genomen is er nog veel onbekend. Marinus: ‘Een belangrijke oorzaak hiervan is dat het een relatief jong onderzoeksonderwerp is. Lezen was tot zo'n honderd jaar gelden voorbehouden aan de elite. In zeer korte tijd is de maatschappij zodanig omgevormd dat lezen voor alle lagen van de bevolking essentieel werd om zichzelf staande te houden. Toen kwamen we erachter dat zo'n 10 procent aanzienlijke moeite heeft met lezen.’
In haar Rubicon-onderzoek probeert Marinus in elk geval een deel van het dyslexieraadsel te ontcijferen. Ze onderzoekt de interactie tussen orthografische representaties (de herkenning en opslag van woorden) en twee aspecten van lexicale herstructurering (het vermogen om op elkaar lijkende woorden van elkaar te onderscheiden, en het herkennen en toepassen van lettergrepen in bekende en nieuwe woorden). Zo onderzoekt ze of zwakkere lezers meer moeite hebben met nieuwe woorden die ‘buren’ zijn van een ander woord. Het zou dus kunnen zijn dat zwakkere lezers die het woord "cat" al kennen, meer moeite hebben om een orthografische representatie te maken van het woord "cap".
Dit sluit aan bij de kern van het promotieonderzoek; de mogelijke oorzaken van trage woordherkenning, het centrale kenmerk van kinderen met dyslexie. In het basisonderwijs wordt veel gebruik gemaakt van zogenoemde ‘wisselrijtjes' (bijvoorbeeld stop, step, stip of bak, lak, dak) Hoewel kinderen die oefenen met zulke rijtjes de woorden uit die specifieke rij (bijvoorbeeld stop) sneller leren lezen, zullen ze deze kennis niet generaliseren naar andere woorden die hetzelfde cluster bevatten (bijvoorbeeld ster). Zowel kinderen met als zonder dyslexie bleken geen gebruik te maken van zulke lettereenheden. (FMG/MMJ)
Ingedeeld in: Wetenschap, Nieuws,
Geplaatst op 27-01-2010 14:45
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
