
Op 28 april heeft de rechtbank uitspraak gedaan over een zaak waarin het ASVA rechtsbureau juridische steun verleend heeft aan een UvA-student. Ze is in het gelijkgesteld en de gedaagde partij, de IB-groep, moet de proceskosten betalen.
De student was verwikkeld geraakt in een conflict met de IB-groep. Ze kreeg een prestatiebeurs, maar geen aanvullende beurs omdat het inkomen van haar vader werd meegerekend. De student had echter geen contact met haar vader en hij droeg ook niet bij aan haar studiekosten. Voorzitter Anne Janssens:”De zaak ging om de interpretatie van een begrip in Art.314, lid 1, Wsf 2000, dat bepaalt wanneer er sprake is van een ernstig, structureel conflict tussen ouder en student. De IB-groep heeft nooit inhoudelijk op de verklaringen van de student gereageerd. Mede daarom heeft de rechtbank verklaard dat haar bezwaarschrift ten onrechte is afgewezen.” De IB-groep is veroordeeld tot de vergoeding van de proceskosten van de student en moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de rechterlijke uitspraak.
Ingedeeld in: Nieuws, ASVA, Onderwijs, Crea, Haags nieuws,
Geplaatst op 20-05-2008 00:00
Gerelateerde artikelen


















Moet de universiteit een nieuwe bul verstrekken aan een tot man getransformeerde oud UvA-studente?
