Dijkgraaf: Het paradijs, 11 december 2009
Het paradijs
In de aanloop naar Kopenhagen en bij alle discussies over de clash tussen mens en natuur, is het misschien goed er op te wijzen dat het paradijs niet bestaat. Letterlijk gesproken dan. Onze fantasie mag dan visoenen oproepen van grazige weiden waar mensen, dieren en planten in vredig evenwicht leven, de biologische werkelijkheid is anders. Op de lange termijn zijn ecosystemen nooit stabiel. Volgens de chaostheorie is er altijd wel een kleine variatie die een grote verandering oproept – de spreekwoordelijke vlinder in Brazilië en de tornado in Texas. In de natuur is verandering onvermijdbaar en onmisbaar. Het best haalbare zijn periodes van relatieve rust onderbroken door meer of minder drastische omslagen. De natuur is als een rotsblok op een oneindig diepe berghelling die soms even stil blijft liggen, maar onvermijdelijk verder naar beneden zal rollen.
De beroemde bioloog Edward O. Wilson heeft een interessante verklaring waarom de illusie van het paradijs zo onweerstaanbaar is. Het beeld van het ideale landschap is namelijk opvallend universeel. Overal in de wereld vinden we dezelfde ingrediënten: golvende open weiden met enkele boomgroepen en zo nu en dan een klein meertje. Dit bucolische landschap zien we zowel terug in de tuinarchitectuur van Engelse aristocraten als in de lommerrijke hoofdkwartieren van multinationals – zeg maar het DSB-hoofdkantoor. Volgens Wilson gaat dit beeld terug naar de wortels van de moderne mens: de Afrikaanse savanne. De grasvlakten bieden goed uitzicht op mogelijke vijanden, de heuvels zijn praktische uitkijkposten, de stukjes bos vormen goede schuilplaatsen en ook de oermens had wel eens dorst.
Als het originele paradijs inderdaad zo ver verwijderd is, zowel in tijd als in afstand – miljoenen jaren geleden in de Hoorn van Afrika – dan geeft dat nog een extra reden voor een kritische kijk. Want die eerste dagen van de mensheid waren allesbehalve vredig en bucolisch. De natuur was toen ‘red in tooth and claw’. Niet alleen verscholen zich tussen die weelderige bossen speciale roofkatten die het uitsluitend op mensen gemunt hadden, er was sowieso de eeuwige dreiging van geweld tussen stammen.
Nee, een bezoek aan het paradijs zou wel eens kunnen zijn als mijn eerste en direct enige ervaring met zweefvliegen. Ik had daarbij een voorstelling van de ultieme rust en vrede. Als een adelaar zou ik in perfecte stilte hoog boven de wereld zeilen. Maar eenmaal in de lucht klonk er zo’n oorverdovend gesuis en gerammel in de cockpit, dat deze illusie snel verdampte. Inderdaad, achter alle filmbeelden van zweefvliegen wordt een inspirerend muziekje gemonteerd. Ik weet nu waarom.
Robbert Dijkgraaf

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
