Topsport
‘Ik zie uit naar donderdag want dan hebben we - wat ik noem - een echte topsportdag. In het Muziekgebouw aan het IJ is er het decanensymposium en het thema is dit jaar: onderwijs als topsport en de decaan als coach. Aan het eind van de dag hebben we in de Leeuwenburg de huldiging van de olympische sporters van de UvA en HvA.’
Eerst maar even de decanen. Dat zijn geen UvA-mensen.
‘Dat klopt. Het gaat hier om middelbare schooldocenten die vaak naast hun vak ook een aantal dagen studieadviseur zijn. Voor de negentiende keer organiseren we een leuke en interessante dag voor deze doelgroep met sprekers en een lunch.’
Is het decanensymposium niet gewoon een wervingsmiddel? De decaan krijgt een aangename dag, als hij alle middelbare scholieren maar naar de UvA doorverwijst?
‘Absoluut niet. Het gaat om de inhoud en werven doen we op een andere manier. Voor deze dag hebben we een zogenoemde prestatiemanager van het NOC/NSF uitgenodigd en Cees Vervoorn, ooit topsporter en thans directeur bij de ALO van de HvA, is de dagvoorzitter.’
Vervoorn is de persoon die onlangs een nota Sport binnen de UvA en HvA heeft geschreven. Wat gaan we op dit gebied doen de komende jaren?
‘We willen ons graag profileren als een universiteit waar je je als topsporter thuisvoelt. Die nota moet het beleid gaan vormen. We moeten ons flexibel opstellen naar een topsportstudent. Dat zou moeten betekenen dat onderwijsprogramma’s kunnen worden aangepast aan trainingstijden. Tien jaar geleden was dat niet mogelijk, maar nu snappen docenten dat het belangrijk is dat we topsporters in ons midden hebben.’
Toch hoor ik dat topsporters vaak nul op het rekest krijgen bij de UvA.
‘Als dat zo is, moet dat anders. Piet Schoenmakers is een studentendecaan van ons die belast is met topsport. Als er nu wat is, is hij de aangewezen persoon om oplossingen te zoeken en de sporter te helpen.’
Waarom zijn topsporters zo interessant voor de UvA?
‘Bij topsport wil je het beste uit jezelf halen. Fysiek en psychologisch. Bij wetenschap geldt precies hetzelfde: je streeft alleen het allerbeste na.’
In dezelfde nota van Vervoorn lees ik dat iedere medewerker en student in de nabijheid van een gebouw sport moet kunnen beoefenen.
‘Mooi hé. Neem onze fitnessfaciliteit op het PC Hoofthuis als voorbeeld; daarvan wordt erg veel gebruik gemaakt. Dat soort faciliteiten moeten er meer komen, en dat is niet eenvoudig. We hebben natuurlijk altijd een ruimteprobleem en daarnaast hebben veel van onze UvA gebouwen geen of weinig douches. Sporten is prima, maar na afloop moet je wel kunnen douchen.’
Ik heb vernomen dat het Maagdenhuis slechts een douche telt.
(Lachend). ‘Helemaal waar. Ik heb er zelf nooit gebruik van gemaakt, maar ons oud-CvB lid Ankie Verlaan wilde nog wel eens op de fiets uit Leiden komen, en douchte dan altijd. Datzelfde geldt voor Herman Pleij. Toen hij decaan was kwam hij per fiets uit Bussum, nam een douche op het Maagdenhuis en vertrok fris naar de faculteit.’
Tot slot nog iets over de olympische sporters.
‘Dat is altijd een leuke bijeenkomst. Persoonlijk heb ik het meeste respect voor de roeiers. Dat is een sport waar je door keihard trainen ook echt beter wordt. Maar ik ben allemaal even trots op onze studenten. Alle sporters krijgen van het college een cadeautje: Olympische Verzen, een prachtig boekje van Ivo de Wijs en Theo Danes. (JJ)

















Karel van der Toorn is voor vier jaar herbenoemd als voorzitter van het College van Bestuur. Goed?

