Weekgast Edwina Hagen

Edwina Hagen (1967) is cultuurhistorica. Op 23 oktober promoveert ze op een onderzoek naar antipapisme en cultureel natiebesef in Nederland rond 1800.
Foto: Rop Zoutberg
Donderdag 23 oktober
Om 10.00 uur ’s ochtends zit ik bij de Bijenkorf Beautyshop. Bijna 3 uur later zit ik er nog, steeds nerveuzer wordend. De meisjes – die alles weten van haar en make-up maar natuurlijk niets van een promotie – doen hun best, maar ik had gedacht dat ik nog wel een uurtje de tijd zou krijgen om me nog even op mijn boek te focussen. Niet dus. Ik moet meteen door naar De Jaren voor een snelle lunch en daarna meteen door naar de Agnietenkapel.
In de kleedkamer krijg ik het plotseling te kwaad. Mijn promotor komt even gedag zeggen, is erg lief en vrolijk, maar ik tril over mijn hele lichaam en kan alleen nog maar uitbrengen dat ik helemaal niks meer weet. Ik ben ervan overtuigd dat een black-out alles zal verpesten.
Uiteindelijk is het tegendeel het geval. Mijn promotie gaat – potdomme – gewoon hartstikke goed.
Het is twee uur ’s nachts en ik zit ik thuis alleen achter mijn computer intens na te genieten. De zaal zat bomvol. De commissieleden waren uiterst vriendelijk en na afloop zei iedereen dat ik het goed deed en er ook erg mooi uitzag. Zeker vijf vuilniszakken met cadeaus zal ik morgen moeten gaan uitpakken, wat wil ik nog meer?
Woensdag 22 oktober
Rond lunchtijd belt hij dan toch, mijn tandarts. Tien minuten later zit ik al bij hem in de stoel. Alles is nu weer in orde. De rest van de dag blader ik wat in mijn dissertatie.
Om 20.00 uur geef ik een telefonisch interview aan een journalist van Het Parool. We praten een halfuur en hij geeft toe mijn boek amper gelezen te hebben. Het gaat hem eigenlijk maar om een ding: de betekenis van mijn onderzoeksresultaten in het heden. Natuurlijk, de parallel tussen het antipapistisch discours van rond 1800 en de manier waarop er nu soms wordt geschreven over moslims, ligt voor de hand. Ronald van Raak, historicus en SP-politicus, schreef ooit een artikel in de Volkskrant: moslims zijn de katholieken van 1853. Een analogie met een duidelijke politieke boodschap: dat het net als toen nu ook allemaal wel zal loslopen. Ik heb geen zin om dit speculatieve beeld te bevestigen. Ik ben wetenschappelijk onderzoeker, geen politicus. Dat neemt niet weg dat ik blij ben met alle publiciteit. Ik ben ontzettend trots op wat Marc Beerens van uitgeverij Vantilt heeft gepresteerd. De handelseditie is bijzonder mooi geworden. Er zijn al zo’n vijftien recensie-exemplaren aangevraagd, door landelijke dagbladen en curieus genoeg ook door het partijblad van de SGP.
Het is al laat, maar ik ga nog even koken voor mijn man; ook mijn nieuwe status van doctor zal hier weinig verandering in brengen. Tenzij ik ook eens wat ga verdienen. (Grapje, Steve!)
Dinsdag 21 oktober
Vanmorgen om 9.15 uur in een lokaaltje op het P.C. Hoofthuis mijn lekenpraatje geoefend. Het mocht nog wat levendiger, maar de timing klopte. Precies 10 minuten en mijn toeschouwster kon het goed volgen. Twee weken geleden was dat nog anders. Toen bleek mijn verhaal veel te moeilijk. Ik hou nu rekening met toehoorders die geen of slechts een flauwe notie hebben van zaken als de Verlichting, de patriottentijd of de Bataafse revolutie. Wel zo realistisch.
Thuis ligt onze 10-jarige dochter Tate compleet gevloerd op de bank. Ze heeft deze week herfstvakantie en is net terug van een twee dagen durend uitstapje naar de Efteling met haar grootouders. Zelf ben ik ook verschrikkelijk moe. De promotie begint nu echt op me te drukken. Ik heb het er helemaal mee gehad en wil er nu alleen nog maar van af, no matter what. Tate en ik hebben allebei een schorre keel en eten daarom honingdropjes. Ik bijt iets te hard en prompt breekt een flink stuk van mijn kies af. Ik vloek hartgrondig en bel onmiddellijk naar mijn tandarts. Ik leg de assistente uit dat het gaat om een spoedgeval. Dat ik overmorgen moet promoveren, dat ik daarbij absoluut geen pijn kan gebruiken en daarom zo snel mogelijk een afspraak wil. Een spoedgeval alleen vanwege een aanstaande promotie? Het meisje begrijpt niet waar ik het over heb. Ik smeek of ik dan tenminste even de tandarts zelf mag spreken. Ik wacht nog steeds op zijn telefoontje.
Maandag 20 oktober 2008
Ik hád vandaag kunnen uitslapen, maar schrik om 6.30 uur wakker van het bouwverkeer om de hoek op de Baarsjesweg. Mijn ogen zijn amper open of het schiet al door mijn hoofd. O ja, het is zover. Nog drie dagen en dan ga ik met mijn kop op het hakblok. Ik denk aan wat een van mijn gepromoveerde vriendinnen erover zei. Dat het in het openbaar verdedigen van je proefschrift voelt als naakt op een podium staan terwijl iedereen op je mag spugen. Ik denk ook aan een vakgenoot die zich manhaftig door zijn lijdensuur heensloeg, maar nog altijd op de vraag: wat is het mooiste van gepromoveerd zijn? vanuit zijn tenen uitroept: Dat je niet meer hoeft te promoveren!
Om 10 uur ontmoet ik mijn paranimfen, mijn zeer geleerde vriendin Margit Rem en Rop Zoutberg, die speciaal voor de promotie is overgekomen uit Madrid, waar hij woont en werkt als NOS-correspondent. We gaan naar de Agnietenkapel om deel te nemen aan het zogenoemde pedelklasje. Rob Vink, de pedel ontvangt ons met koffie. Opvallend is dat zelfs zo kort van tevoren sommige promovendi van de ceremonie maar weinig blijken af te weten. Voor een Française is het nog een verrassing in welke taal zij het ritueel zal gaan doen. Ik op mijn beurt maak mij zorgen over een vervaarlijk uitziend steil wenteltrapje dat na afloop moet worden afgedaald. Met torenhoge hakken welteverstaan, en een onhandig grote rode koker in mijn handen met daarin de bul voorzien van een kwetsbaar lakzegel dat beslist niet kapot mag gaan.
Om 14 uur arriveer ik per trein in Utrecht om een proefpromotie te doen. Doctor Pim van Oostrum en bronnenfetisjist Ton Jongenelen voelen mij danig aan de tand en mijn ogen rollen soms bijna uit hun kassen. Maar van huilen komt het niet.

















Karel van der Toorn is voor vier jaar herbenoemd als voorzitter van het College van Bestuur. Goed?

