Weekgast Nannie Bronshoff
Nannie Bronshoff (21) , studente media en cultuur, loopt stage bij het Ministerie van Onderwijs op de afdeling schooltelevisie in Paramaribo, Suriname.
Donderdag 22 januari
Suriname houdt van muziek. De vrolijke nummers zijn dan ook heel de dag te horen, wat mede wordt veroorzaakt door de achterbak die bij menig Surinamer volledig uit boxen bestaat. Na vier maanden zijn al heel wat hits de radio gepasseerd en al heel wat geweldige teksten in mijn hoofd blijven hangen. Zo werden we de eerste weken gebombardeerd met ‘Je bent m’n schatje, ja je bent m’n schatje, ik wil niemand anders dan jij dicht bij mij’. Maar persoonlijke nummer één blijft toch ‘Ik heb een tuintje in mijn hart, maar alleen voor jou’, de grote hit van Damaru. Bepaalde liedjes kunnen je hier wekenlang achtervolgen, en iedereen in de stad lijkt fan te zijn. In de bus, vanuit de warung, in de winkels, op straat, overal zijn de Surinaamse wijsjes te horen. Ook de publicatie van songteksten in De Ware Tijd, een van Surinames kranten, getuigt van een grote liefde voor muziek. Originele platen zijn hier nauwelijks te vinden, de cd’s en dvd’s bij de Boembox, de cd-winkel om de hoek, zijn gebrand en kun je voor een paar Surinaamse dollars kopen. Mijn groeiende muziekverzameling zorgt ervoor dat ook ons programma vol zit met de laatste hits. Tot groot genoegen van de kinderen, fans van John & Sara, die vanmiddag tijdens onze evaluatie druk hoofdschuddend op de maat de vers gebrande aflevering bekeken. Wereld Aids Dag betekende het begin van onze uitzendingen, wekenlang konden de Surinaamse kids via onze serie leren over de gevolgen van onveilige seks. Nu, twee maanden later zal het laatste deel wederom een week lang uitgezonden worden ‘want een kind leert van herhaling toch’ aldus de inmiddels beroemde Carmelita, presentatrice van John & Sara. Naast de drukte van Paramaribo kent Suriname ook ‘het binnenland’. Samen met gids Dion en Willy, zijn maatje, ben ik al meerdere keren de jungle in gegaan. Vannacht zullen we voor de laatste keer, rood ziend van het stof afkomstig van de bauxietweg, ons hangmatje binden. In ons laatste weekend slapen onder de sterren, baden in een kreekje en genieten van de meest mooie natuur, die zo uit de National Geographic lijkt overgenomen, het binnenland geeft je enorm veel rust. Hobbelend naast Willy die luidkeels meezingt met de reggae die uit zijn radio schalt , vergeet ik even waarom ik over een paar dagen al zou terugkeren naar het koude, saaie, en vooral gehaaste Nederland.
Woensdag 21 januari
Veel ervaring met monteren heb ik niet, wat ervoor zorgt dat het knip- en plakwerk vaak in een lachbui resulteert. Zo ook vandaag, wanneer Froukje en ik vol enthousiasme de laatste hand aan onze uitzending leggen. De hilariteit wordt veroorzaakt door de meest onnozele oplossingen in de montage, om zo ook ons laatste programma er zo professioneel mogelijk uit te laten zien. Na een lunch met witte bolletjes van het familiebedrijf Fernandes – in Nederland alleen bekend van de mierzoete felgekleurde frisdrank, maar in Suriname een enorm concern dat haast alles lijkt te produceren – ga ik de stad in.
Het straatbeeld van Paramaribo is vrolijk dankzij de verschillende ‘chinezen’ in de stad. Deze, door chinezen gerunde, kleine supermarkten zijn namelijk prachtig beschilderd. De muren staan vol met mayonaisepotten en exact nagetekende potten Wippy’s pindakaas. Kledingzaken vertonen etalages vol met paspoppen met Surinaamse afmetingen, met extra dikke kont en een volle buste. In de winkels zijn echter alleen kleren te vinden die zo synthetisch zijn dat je je afvraagt of je zweetvlekken hier ooit nog met het koude water uit te wassen zijn. Favoriet is Steps, een zaak vol met slippers, in alle kleuren en maten. Overgewicht bij onze terugreis is dankzij deze winkel dan ook een grote zorg bij ons in huis. Vanavond zijn we te vinden bij Zus en Zo, een cafeetje aan de Palmentuin, het enige park in de stad. Het schattige tentje met grote houten picknicktafels kent een blank publiek. Wanneer ik al slurpend aan een zuurzaksap vraag aan een Surinaamse vriend hoe dat toch komt, antwoord hij simpelweg dat Surinamers gewoon liever thuis zitten. Dit thuiszitten wordt het meest duidelijk op zondag, wanneer er niemand in de stad lijkt te zijn. De uitgestorven straten kennen dan enkel het geluid van autoalarmen die hier niet één toon hebben maar wel vijf afwisselende melodieën lang doorloeien. Vanaf het balkon vul ik als getrainde sirene het autoalarm aan, waarna in huis allerlei menselijke alarmen als echo doorklinken.
Dinsdag 20 januari
Onze laatste stem komt binnen, weliswaar een halfuurtje te laat maar nu kunnen we het resterende geluid opnemen voor de slotaflevering van John & Sara. Terwijl we nog even op een collega wachten zit de jonge Surinamer al in de piepkleine opnameruimte. ‘He, psst, psst meisjes’ grapt de jongen door de microfoon, geluiden die je in Suriname als dame heel de dag door hoort. Op straat zijn deze opmerkingen dan ook eerder regel dan uitzondering. Vanuit de auto, fietsers, of jongens op hun brommer, iedereen probeert je aandacht te krijgen. Als ik met een jongen over straat loop is het dan ook opvallend rustig. De ‘jij ziet er lekker uit’- opmerkingen kennen geen leeftijdsgrens. Zo ben ik al menig keer toe gefloten door opa, en ook die kleine jongen op zijn driewieler had het duidelijk tegen mij.
Omdat collega Sherill deze week jarig was, en het een ‘bigi yari’ was, een jaar met een rond getal, is er eten! De bakken rijst, kip, zuur en peper worden uitgepakt en met alle collega’s nestelen we ons voor de televisie waarop de ingauratie van Obama te volgen is. Zodra iedereen zijn eerste portie heeft gehad snelt men zich naar het buffet om de overige plastic bakjes te vullen voor thuis. Met volle tassen en als toetje een stuk cake in de hand verlaten we het gebouw.
Zoals iedere dag keren we met de stadsbus terug naar het centrum. De vrolijke Surinaamse beats die door de bus galmen, en het feit dat je met de een druk op de knop de bus laat stoppen waar je wilt, maakt het dagelijkse ritje een heel feest. Het rijgedrag van de chauffeur, mijn lange Hollandse benen en de volle bus die zelfs in het gangpad klapstoeltjes kent zorgt er echter wel voor dat je je een sardientje in een blikje voelt. Met een volle buik stort ik neer op bed, tijd voor een dutje. Niks om je voor te schamen overigens, iedere stagiaire die ik spreek moet s’ middags even rusten. Wij ‘bakra’s’ zullen denk ik nooit wennen aan deze tropische temperaturen.
Maandag 19 januari
Nu Suriname al vier maanden mijn thuis is, heb ik uiteraard ook het nachtleven hier in Paramaribo ontdekt. Waar iedereen op zaterdag naar de Zsa Zsa Zsu gaat. Op reggae, dancehall en house paraderen de dames in hun net niet te korte rokjes door de club terwijl de heren hun beste dance-moves op de dansvloer laten zien. Het bier wordt aan de bar, op uiteraard rustig tempo, uit djogo’s (grote flessen Parbo-bier) geschonken en ook alle andere Hollandse stagiaires zijn te vinden op de dansvloer. Op vrijdag is La Caff ‘the place to be’, Het publiek van het café breidt zich in de loop van de avond uit over de straat, terwijl de ‘gepimpte’ auto’s al toeterend door de flink drinkende massa proberen te komen.
Op stage zijn we, Froukje; ook derdejaars studente Media & Cultuur, Carmelita ; onze Surinaamse collega en ik, vandaag toegekomen aan het inspreken van de stemmen voor ons laatste televisieprogramma over HIV en AIDS. De door ons gemaakte vierdelige educatieve kinderserie John & Sara is deels geanimeerd en deels gemaakt uit ‘live' beelden en gaat over de twee tieners die besmet raken met het virus. Binnen een mum van tijd hebben we vanaf de andere afdelingen bij ons in het gebouw drie dames en twee heren verzameld. De dames spreken de zinnetjes giechelend in, terwijl de heren gehoorzaam de instructies van Carmelita opvolgen.
Vrouwen maken in Suriname de dienst uit, dat wordt wederom duidelijk als ik later in de supermarkt bij de kassa sta met een bosje bakoven. De caissière schreeuwt door de zaak naar een mannelijke collega, ze duwt de kleine banaantjes in zijn hand en beveelt hem ze te wegen. Na een tjoerie van haar kant en veel gezucht geeft de man lijdzaam het gewicht door. Thuis installeer ik mezelf op het balkon van ons stagehuis. Net op tijd voor een, nu in de regentijd dagelijkse, sibibusi. Een korte harde regenbui, die de drukkende temperatuur in de stad even doet dalen.

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
