Foto: Rufus de Vries
wetenschap

‘De gemeente moet óók denken aan de historie van Amsterdam-Noord’

Sterre van der Hee,
28 mei 2018 - 12:20

UvA-antropoloog Linda van de Kamp deed drie jaar lang onderzoek naar verbinding tussen mensen in Amsterdam-Noord. Fotograaf Rufus de Vries presenteerde er een fotoserie bij. ‘Beleidsmakers zien vaak een tweedeling: de oude bewoners versus de yuppen.’

Amsterdam-Noord, enkele jaren geleden. Een groep kunstenaars, van wie sommigen nieuw in de wijk, belt aan bij buurtbewoners. Ze geven hen een broodpop. ‘Die moesten ze verzorgen,’ zegt UvA-antropoloog Linda van de Kamp (38). ‘Later kwamen ze bijeen, in het Noorderpark, met wijn, brood, water. De kunstenaars hadden het over tolerantie, over openstaan voor anderen. Zo hoopten ze bewoners te verbinden.’ De helft liep weg. ‘Net een sekte,’ zouden ze later zeggen.

 

Het is een voorbeeld van een mislukt buurtproject, zegt Van de Kamp. Voor haar onderzoek Yoga, bingo en gebed keek ze drie jaar lang naar de manier waarop bewoners spreken over veranderende buurten in Amsterdam-Noord. Hoe kijken ze naar de wijken? En waar ontstaat verbinding? ‘In deze buurt waren mensen met het katholicisme opgegroeid, maar hebben ze er later afstand van genomen. Als de kunstenaars zich daarin hadden verdiept, hadden ze het project wellicht aangepast. Uiteindelijk leidde het nu zeker niet tot meer openheid.’ 

 

In het veranderende Amsterdam-Noord – sociale huurwoningen worden verkocht, hippe horecazaakjes verschijnen – vinden veel van zulke buurtprojecten plaats, zegt Van de Kamp. Er zijn buurtmaaltijden, bingomiddagen, interactieve theatervoorstellingen. ‘Onder de oude bewoners heerst veel protest tegen de veranderingen. Ze zeggen: er wordt over ons besloten, maar er wordt niet gecommuniceerd. Moet je dan wel gepland verbinden? Of moet je het gewoon laten onstaan?’

Foto: ForumC
Linda van de Kamp

Hoe hebt u dit onderzoek uitgevoerd?

‘Voor deze studie heb ik zo’n vijftig tot zestig bewoners geïnterviewd en ben ik veel bij bijeenkomsten geweest – bewonersavonden, broedplaatsen, bingomiddagen. Daarnaast heb ik heel veel informele gesprekken gevoerd, vooral in buurten bij het IJ: de Vogelbuurt, de Van der Pekbuurt, het IJplein. De oude tuindorpen, die tussen 1910 en 1940 zijn gebouwd voor fabrieksarbeiders, en waar nu gentrificatie plaatsvindt.’

 

Wat zijn uw meest opvallende bevindingen?

‘Allereerst zou het goed zijn om in contacten met bewoners rekening te houden met de geschiedenis van Amsterdam-Noord. Die speelt nog steeds een belangrijke rol, want die zien we impiciet nog terug in de benadering van Noord: denk aan de “ontoelaatbare mensen” uit de Jordaan die op woonscholen in Noord werden geplaatst, om hen “beschaafd” te maken. Nog steeds komen professionals van gemeente en welzijn bij buurtavonden vertellen hoe je met geld moet omgaan. Daar reageren mensen allergisch op, en beleidsmakers snappen niet waarom.’

‘Daarbij zijn veel gesubsidieerde projecten die mensen moeten verbinden wat te vluchtig. Dan komt er één maand een theatergroep naar de wijk om de bewoners te verbinden, maar eigenlijk moet je hier al een maand zitten om überhaupt de historie te begrijpen. Buurthuizen kunnen dat soms beter, want die trekken al langer met bewoners op.’

‘Beleidsmakers zien vaak een tweedeling: de oude bewoners versus de yuppen, maar het is veel complexer’

Beleidsmakers moeten dus hun blik veranderen.

‘Ja, beleidsmakers zien vaak een tweedeling: de oude bewoners versus de yuppen. Dat wordt ook benadrukt om subsidie te krijgen voor verbindingsprojecten, waardoor dit frame een eigen leven gaat leiden. Maar die tweedeling is niet zo duidelijk, de werkelijkheid is diverser en complexer. Soms zijn er binnen de groep meer verschillen dan erbuiten. Je kunt in projecten ook zoeken naar een verbindende factor, zoals kinderen, of moelijkheden die je tegenkomt als zzp’er.’

 

Waarom moeten we eigenlijk zo nodig ‘verbinden’? 

‘Je kunt je inderdaad afvragen of dat nodig is. Het is ook oké als je zegt: jij hebt je kaartclub, ik mijn yogales. Soms zijn het erg hoogdravende doelen en hebben mensen ook niet altijd zin om vriendjes te worden. Wel zie je dat vaak terugkomen in beleidsplannen: de arme mensen moeten zich optrekken aan rijken, en kunst- en cultuurprojecten moeten nieuwe vaardigheden stimuleren. Ik denk dat mensen die de beleidsplannen maken zelf niet altijd de doelgroep zijn.’

 

Waarom vindt u zulk onderzoek belangrijk?

‘We spreken altijd over de veryupping en verbetering van achterstandsbuurten, maar we moeten eens kijken naar dat wat er in werkelijkheid gebeurt. Werken de projecten wel? Of heeft het een averechts effect? En wat werkt er dan?’

 

Fotograaf Rufus de Vries maakte een fotoserie bij het onderzoek, die tot 15 juni zien is in Huis van de Wijk De Meeuw – natuurlijk in Amsterdam-Noord. Daarna is de serie te zien tijdens het festival We Make the City, van 20 tot 24 juni in het A-lab naast de A'dam toren.