Na meer dan een jaar van discussie en overleg heeft de UvA eindelijk een eerste stap gezet om minimale verantwoordelijkheid te nemen voor haar banden met Israëlische instellingen die medeplichtig zijn aan genocide. Maar dit is niet genoeg, zeggen Kanad Bagchi, Yolande Jansen en Arjan Noordhof.
Het CvB heeft besloten dat de studentenuitwisseling met de Hebrew University of Jerusalem (HUJI) ‘niet in de huidige vorm wordt voortgezet’. Als UvA-staf voor Palestina pleiten wij al lange tijd voor een dergelijke stap en juichen deze dan ook toe, al is het een kleine stap. In gesprekken met collega’s en in de media hebben we ook veel misverstanden ervaren. Wij willen hier uitleggen wat de basis is geweest voor het verbreken van deze banden, waarom wij vinden dat deze actie noodzakelijk is en welke volgende stappen r de UvA zou moeten zetten.
Wat was de basis voor het beëindigen van de studentenuitwisseling met HUJI?
Deze beëindiging was gebaseerd op het advies van de permanente commissie voor samenwerking met derden. Zij werkten binnen het herziene kader voor samenwerking met derden, dat in december 2024 werd gepubliceerd. Ten eerste vonden ze aanwijzingen voor medeplichtigheid, ‘(organisatorische eenheden van) HUJI hebben mogelijk nauwe banden via onderzoeks- en trainingsprogramma’s waaronder Talpiot, Havatzalot en Tzameret met de Israëlische defensie-industrie en het Israëlische leger’. Ten tweede vonden ze verschillende aanwijzingen van schendingen van de academische vrijheid. ‘De commissie heeft verschillende aanwijzingen [...] dat, onder de huidige omstandigheden, de academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting van academisch personeel en studenten aan de HUJI niet kan worden gegarandeerd voor alle leden van de academische gemeenschap.’
Waarom is het zo belangrijk om de banden met Israëlische instellingen te verbreken?
De Israëlische universiteiten bieden technische ondersteuning en legitimatie voor het uitvoeren van wreedheden en genocide. Daarom is het niet alleen een morele maar ook een wettelijke verplichting om alle banden met deze instellingen te verbreken. Volgens het internationaal recht heeft ons land de wettelijk bindende verantwoordelijkheid om alles te doen wat in zijn macht ligt om genocide te voorkomen en te bestraffen. Zoals recentelijk betoogd door onder andere ex-ministers Pronk, Van Aartsen, Bot, Brinkhorst en vele voormalige diplomaten en ambassadeurs, schendt onze regering deze verantwoordelijkheid openlijk en blijft zij juist bijdragen aan Israëls grove en willekeurige geweld tegen burgers. Het Internationaal Gerechtshof heeft in zijn voorlopige maatregelen in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël duidelijk vastgesteld dat de Palestijnen in Gaza recht hebben op bescherming tegen genocide, waarvan de schending door Israël op zijn minst ‘aannemelijk’ is.
Daarnaast is overtuigend beargumenteerd dat ook wanneer onze regering nalaat te handelen, het de verantwoordelijkheid is van alle publieke instellingen - waaronder de UvA - om elk risico van medeplichtigheid te vermijden, dat wil zeggen van indirecte ondersteuning van de activiteiten die bijdragen aan de uitwissing en fysieke vernietiging van de Palestijnen. Ten slotte, wanneer instellingen als de UvA dit nalaten, is het onze verantwoordelijkheid als burgers, medewerkers en wetenschappers om op te staan tegen de schending van het internationaal recht en te protesteren.
Hoe nu verder?
Het zal niemand verbazen dat sommige groepen met heftige emoties hebben gereageerd op dit besluit van de UvA. Wat vaak ontbreekt in deze reacties is een duidelijk begrip van het internationaal recht, van de manier waarop de commissie tot haar advies is gekomen, of van de feitelijke situatie aan de HUJI of andere Israëlische universiteiten. Het wordt ook vaak voorgesteld alsof het om een boycot van individuele wetenschappers zou gaan; dit is niet het geval. We hopen dat het wijzen op deze feiten, en het helpen van collega’s en anderen om meer informatie te vinden, sommigen van hen kan overtuigen. We hopen ook oprecht dat ons bestuur, decanen en senior management bij hun beslissing blijven en luisteren naar hun eigen wetenschappers, andere experts en de ethische commissie.
Daarnaast is de HUJI slechts één van de voorbeelden van problematische samenwerking. In feite is de huidige situatie in Gaza zo urgent dat wij geloven dat elk uitstel van actie volstrekt onverantwoord is. Onmiddellijk alle banden verbreken met medeplichtige Israëlische universiteiten en internationale bedrijven (zoals HP, waar de UvA nog steeds bijna al haar IT-apparatuur koopt) is een minimale wettelijke verplichting.
Dit is niet de eerste genocide waar wij in ons leven getuige van zijn. Het is niet de eerste genocide die plaatsvindt terwijl de wereld zwijgt en niet in actie komt. Maar de mate van Nederlandse medeplichtigheid is ongekend in de recente geschiedenis. Door wetenschappelijke en militaire samenwerking faciliteert dit land, en de Nederlandse universiteiten als belangrijke instituten daarbinnen, de misdaden. Door openlijke steun aan hen die systematisch het internationaal recht schenden, ondermijnen onze autoriteiten actief de internationale orde die genocide en andere gruweldaden zou moeten voorkomen. In deze benauwende omstandigheden is het cruciaal dat universiteiten stevig aan de kant van het internationale recht gaan staan en iedere medeplichtigheid staken. UvA-staf voor Palestina zal daarvoor – met vele anderen – blijven strijden.
Kanad Bagchi is postdoc bij het Amsterdam Center for International Law van de UvA, Yolande Jansen is Socrateshoogleraar humanisme in relatie tot religie en seculariteit aan de VU en hoofddocent politieke en sociale filosofie aan de UvA en Arjen Noordhof is universitair docent bij de programmagroep klinische psychologie van de UvA.